Hier vind je alles om te leren schaken! Van het bord met de stukken, tot en met de manier om je partij op te schrijven. Veel succes ermee!
Mocht je puzzels willen spelen, klik dan op puzzels.
Hiernaast zie je een schaakbord. Er zitten 64 vlakjes op, wij noemen die hokjes liever velden. Ze zijn om en om licht en donker, dat maakt het wat duidelijker. Die velden kun je ook een naam geven. Om een naam eraan te plakken, kijk je eerst naar de letter die erbij hoort, en dan naar het cijfer. Zo is het veld linksonder a1. Dit veld moet trouwens altijd donker zijn, anders moet je het bord even draaien.
Op het schaakbord horen natuurlijk stukken. We hebben 1 koning, 1 koni
ngin, 2 torens, 2 lopers, 2 paarden en 8 pionnen.
Toren
De toren is een handig stuk, het mag omhoog, omlaag, naar links en naar rechts. Waar het ook staat, het kan altijd 14 stappen doen. Hiernaast zie je de toren, met de plaatsen waar hi
j naartoe kan als hij op b3 staat.
Loper
De loper is eigenlijk het tegenovergestelde van de toren. Waar de toren alleen maar recht kan, kan de loper alleen maar diagonaal = schuin lopen. In het midden van het bord kan de loper naar 13 verschillende velden.

Dame
Dit is het meer gebruikte woord voor ´koningin´. De dame is het meest machtige stuk dat er is, het kan hetzelfde als een toren én een loper, en mag als er niets in de weg staat in het midden van het bord naar wel 27 velden. Dit is hier rechts te zien:
Koning
In het kort: mag hetzelfde als de dame, maar telkens niet meer dan één stap tegelijk. Dus de koning mag naar alle velden om zich heen. Als hij niet aan de rand staat, zijn dat er 8.

Paard
Een apart stuk. Het is dan ook het enige stuk dat over stukken heen mag springen. Het paard maakt allemaal rare sprongen, die je het beste kunt zien als een L. Of: Het paard doet altijd eerst een stapje recht, en dan een stapje schuin. Kijk maar naar het plaatje hiernaast.
Pion
Om dit goed te kunnen behandelen, is het makkelijk om eerst het stukje over stukken slaan te lezen.
De pion begint op de tweede rij (voor zwart op de 7e) en doet telkens één stapje vooruit. Hij mag nooit achteruit. Aan het begin mag de pion wel kiezen: wil hij 1 of 2 stappen vooruit doen. Maar wat hij ook kiest, daarna mag hij maar 1 veld per zet. De pion loopt recht, maar slaat schuin naar voren! Hoe dan ook, als de pion ongestoord door kan lopen, komt hij na een tijdje bij de overkant van het bord. En dan? Hij kan niets meer doen. Daarom gebeurt er iets heel bijzonders: hij mag kiezen welk stuk hij wilt worden, een paard, loper, toren of dame. De pion moet kiezen, dit heet promoveren. Meestal wordt voor de dame gekozen, omdat die het meest kan.
[Hieronder wordt nog een keer de speciale zetten op het bord behandeld, waaronder een speciale zet van de pion: en passant slaan.] Als je de tekst niet helemaal snapt, kun je ook kijken naar het plaatje links, die zegt precies hetzelfde.
Het kan voorkomen dat je niet overal heen kan, omdat er een stuk van de tegenstander in de weg staat. Je bent dan dat stuk aan het aanvallen. Dit wil zeggen, dat je de volgende zet op het veld van de tegenstander kan staan. Hiernaast zie je een loper die de toren aanvalt:
Als zwart hier aan zet is, kan hij ervoor kiezen de toren te slaan. De loper gaat op het veld van de toren staan, en de toren verdwijnt van het bord. Hij doet nu niet meer mee.
^^^ Terug naar boven ^^^